Sunday, February 13, 2011

Stadsmuisje

Op mijn route door Amsterdam, terug van de tandarts, liep ik de Stadhouderskade op. Op de hoek van een zijstraat, bij een woonhuis met een mooie houten voordeur in zo'n oer-Amsterdamse entourage, lag een hoop rommel op de stoep. Een lantaarnpaal stond te staan in de druilerige regen. Het was koud, net boven het vriespunt, en ik had de kraag van mijn jas om mijn neus gevouwen.

Tegen de rand van het huis aangedrukt liep een muisje. Een heel klein beestje maar, ik schat een lijfje van vier centimeter en daaraanvast nog een staartje van acht. Bruin, zo te zien goed gevoed en gezond. Het scharrelde de zijstraat uit en de Stadhouderskade op, nog altijd gedrukt tegen de voorgevel van de huizenrij.
Op de lantaarn zat een kraai. Een kraai met trek.

Hij zag de muis trippelen en kwam naar beneden fladderen. Ineens was de muis een potentiƫle prooi, de kraai pikte ernaar en fladderde erom heen. De muis rende weg. Het beestje ging niet snel, maar de kraai was onhandig. Een paar keer pikte hij tegen het lijfje aan, maar hij miste het aanknopingspunt om de muis in zijn bek te krijgen. Het muisje schoot met kleine rukjes naar voren, veel minder snel dan ik zou hebben verwacht in de paniek van het aangevallen worden. De kraai miste weer.

Ergens anders lag makkelijker voedsel. De kraai nam een kijkje bij een weggegooid patatbakje. De muis glipte het portiek in en zocht naar een ingang onder de twee naast elkaar staande voordeuren. Hij vond er geen.
Ik stapte het portiek in. Daar zat het muisje, helemaal in het granieten hoekje, zijn staartje om zich heen gekruld. Hij leek twee keer zo klein, naast mijn enorme wandelschoen. Hij mocht van mij blijven zitten. Het leven van een stadsmuis is al ingewikkeld genoeg.

No comments: