Cees Nooteboom, Paradijs verloren, januari
Een braziliaanse vrouw zoekt spirituele genezing na een verkrachting. Die vindt ze in Australië, bij de aborigenes. Ze leert er loslaten. Haar naïviteit, haar verwachtingen, haar vriendin laat ze los. In de rol van een engel - ze doet voor het geld mee in een performance act - raakt een man door haar gebiologeerd.
Later zien die twee elkaar in een Duitse kliniek, waar hij zich realiseert dat zijn privé-leven, zijn paradijsje, niet langer bestaat. Door de ontmoeting met de engel moet ook hij alles loslaten.
Paul Goeken, De Oversteek
Kund Hamsun (NOBEL) Victoria, januari zie de blog.
Justin Cartwright, Andermans geld, januari
“Er is meer dan één begin en meer dan één einde, en er zijn ook vele manieren om hetzelfde verhaal te vertellen.” Dit is de sleutelzin, de kerngedachte van Andermans geld. Een zesdegeneratie bankier sjoemelt met fondsen om de familiebank met de goede naam te kunnen verkopen voor het uitkomt dat deze failliet is. Zijn oude vader de patriarch is wilsonbekwaam, gehuwd met een jonge vrouw die het met een ander houdt, haar ex-man is afgekocht door de patriarch maar door de financiele moeilijkheden wordt de toelage gestopt als pa sterft. Dit komt ter ore van een jonge journaliste. Zij krijgt ook informatie van een wraaklustige ex-werknemer van een hedgefonds. Het noodlot neemt zijn koers. Ondanks verwoede pogingen komt het schandaal uit, maar de overname gaat gewoon door en de regering dekt de malversaties af om ergere ineenstorting te voorkomen. Voor de personen zelf loopt alles eigenlijk wel goed af.
Philip Kerr, Een stille vlam. februari.
Beschrijving van een moordzaak in Argentinië, waarbij de detective teruggrijpt op zijn tijd in het Duitsland aan de vooravond van Hitlers machtsovername. In Argentinië zitten de vluchtelingen van nazi Duitsland, die hij ondervraagt op verzoek van Eva Peron. Dubbele agenda's alom. Goede achtergrond beschrijving van de opkomst van Hitler. Zoveel mogelijk op feiten gebaseerd.
Flann O'Brien, Op Twee-Vogel-Wad.
Op dit boek is de 'Andermans Geld' gedachte gebaseerd: meer dan één begin en meer dan één einde. Het is een cult boek uit de Britse literatuur, over Ierse mythologie, een luie student die van alles verzint, romanfiguren die uiteindelijk in opstand komen tegen hun bedenker, die student dus.
Helaas vond ik het boek onleesbaar. James Joyce was er lyrisch over, dan begrijp je het wel.
Barbara Smit, Heineken, een leven in de brouwerij.
Boeiende biografie van Heineken - die net als onze koningin een ondergeschoven kindje lijkt te zijn via een voorvader die op zijn 45e vader werd van een koekoeksjong. Maar ja, Heerlijk Helder Petersen, dat klinkt niet. Rare man, gekke levensloop, groot succes, veel aspecten, kun je van hem leren? ik denk niet veel. Als je niet zo bent als hij, kun je jezelf daar niet op aanpassen. Hij lijkt grote kwaliteiten op organisatorisch, leidinggevend en marketing gebied te paren aan platvloersheid, grofheid en rokken jagen.
Henning Mankell, Labyrint. Een aanklacht van de Zweedse maatschappij die grote economische boeven zou laten lopen om de kleintjes te kunnen vervolgen, uit angst of gemakzucht of corruptie.
Andre van den Heuvel, Een verre moordenaar. Een onverwacht informatieve thriller. Een jongeman wordt vermoord vanwege een oud dagboek over Afrika, dat invloed kan hebben bij politieke machtsverhoudingen in een fictief Afrikaans land. De 'peetoom', een voormalig diplomaat, gaat achter de vermoedelijke moordenaar aan, naar Afrika. Daar worden de verschrikkingen van burgeroorlogen en machtsstrijd tussen krijgsheren beschreven, kindsoldaten, corruptie en geweld. Het geeft waarschijnlijk een getrouw beeld. Buitengewoon boek.
Olivia Laing, Langs de rivier. Een heel erudiete dame wandelt langs de Ouse in Engeland, om haar mislukte relatie van zich af te zetten. Al wandelend beschrijft ze lyrisch de natuur, en verwijst naar allerlei geschiedkundige en literaire gebeurtenissen rond deze rivier. Het is bijvoorbeeld de rivier waarin Virginia Woolf zich heeft verdronken. Bij deze rivier vond de slag plaats tussen koning Henry III en zijn vijand, heel wat jaren daarvoor. Daartussenin is er veel aan de rivier veranderd door mensenhand, om overstromingen tegen te gaan - maar daar trapte de rivier niet in. Je moet dit boek lezen, en herlezen met internet ernaast.
Morten Ramsland, Hondenkop
Een licht asociale familie met een hechte zij het vreemde band met elkaar schudt nog generaties lang dooreen vanwege de druk die stamvader Askild op de familie legt. Hij heeft in de oorlog met een vriend in een kamp gezeten, ze zijn samen ontsnapt, maar weer opgepakt. Opa heeft zijn vriend moeten doden voor het genoegen van zijn bewakers. Voelt zich daarover eeuwig schuldig, nu hij heeft overleefd. De alcohol en zijn nachtmerries maken dat hij wel een heel raar soort opvoeding geeft, en de kinderen resp. kleinkinderen lijden daaronder. De kleinzoon schrijft het boek, en probeert de familiegeschiedenis op te schrijven. Al schrijvend blijken alle generaties in bizarre fantasieën verstrikt geraakt te zijn. Heel boeiend om te lezen hoe je - letterlijk en figuurlijk - in een keurslijf van gewoontes (of van hout en metaal) terecht kunt komen, en hoe ze elk op hun manier daaruit proberen te worstelen.
Christiaan Weijts, Art. 285b
Een prachtige tragedie van een jonge pianodocent met voorkeur voor Scarlatti, en een halve hoer uit Rotterdam zonder gouden hart en een enorm vuile bek. Hij valt voor haar, zij houdt hem schofterig berekenend aan het lijntje, uiteindelijk blijft hij haar zozeer bestoken om zijn inmiddels (naar zijn idee) echte liefde te tonen, dat zij hem wegens stalking aanklaagt. Het boek beschrijft hoe het zo heeft kunnen komen. De waterval aan schunnigheden wordt afgewisseld met prachtige beeldspraak uit de klassieke literatuur. Het wordt onontkoombaar dat de jongeman zichzelf in het juridische net laat verstrikken. Lezen, herlezen.
Christiaan Weijts, Via Cappello 23
De titel verwijst naar het adres in Venetië waar volgens de legende Julia (van Romeo) woonde.
Net zo goed als het eerste boek. Wel weer zelfde thema: zoekende jongeman, losgeslagen meisje, intieme liefde, man gaat teveel mee in de grillen van het meisje (erotische video films) en vervolgens de tragedie: een hacker zet de video's op internet. De schande is totaal, het meisje pleegt zelfmoord en de ten onrechte beschuldigde jongeman is baan en reputatie kwijt, levenslust kwijt, en uiteindelijk ook zelfmoord. Er tussendoor speelt het verhaal van de journalist die op een gemakkelijke manier aan zijn verhalen wil komen en daarmee eveneens een leven ruïneert.
Tim Krabbé, Wij zijn maar wij zijn niet geschift.
Over het drama aan de Columbine High School, waar op 20 april 1999 een tweetal jongens een schietpartij hielden. Er vielen 13 doden. In de media is gesteld dat de twee gepest waren, en doorgedraaid, met Eric als aanjager. Tim Krabbé heeft een titanenklus geleverd door alle beschikbare info na te trekken: politieverslagen, dagboeken, verklaringen van ouders en school. Daaruit komt een ander beeld naar boven. In een tijd waarin volwassenen nog niet op internet zaten, hebben twee jongens onafhankelijk van elkaar zich zitten op te naaien met agressieve spellen. De ene (Eric) wil een massamoord en heeft daar zijn eigen dood voor over, de ander (Dylan) wil dood en heeft daar een massamoord voor over. Uiteindelijk lijkt het Dylan te zijn die zorgt dat het daadwerkelijk plaatsvindt, mede door Eric te 'verleiden' tot doorgaan. Dat de ouders het niet hebben zien aankomen. In Tims boek worden ze beschreven als liefdevol, geïnteresseerd, betrokken. Maar ze grepen niet in toen de jongens betrapt waren op vandalisme inclusief bommen maken, en daarna wapens kochten. Ik denk dat er een sociaal psychologisch drama achter zit dat het uitwerken waard zou zijn. Maatschappelijke factoren zoals, hoe gingen Amerikaanse gezinnen met elkaar om in die tijd, hoe werkte het schoolsysteem. Een triest verhaal, hoe dan ook.
Niccolo Ammaniti, Ik haal je op, ik neem je mee. Verhaal over een onvolwassen overjarige hippie, die tot twee keer toe meent dat hij zijn ware liefde heeft gevonden en die dan prompt laat vallen of verraadt; en over een jonge knul uit een boerengezin. Hij heeft hersens en wil ze gebruiken maar het ontbreekt hem volledig aan ruggengraat. Via een ingewikkelde opeenvolging van manipulaties veroorzaakt hij uiteindelijk de dood van de tweede ware liefde van de hippie; en komt zo in een jeudgdetentie terecht. De suggestie wordt gewekt dat dat zijn ontsnapping uit zijn milieu oplevert, hij kan nu gaan studeren. Ik denk dat die knul ook in de rest van zijn leven zal mislukken. En die hippie is al mislukt.
Geert Mak, Hoe God verdween uit Jorwerd. Beschrijving op historische maar ook romantische manier van de ontwikkelingen van de laatste tweehonderd jaar waarin dorp en stad enorm zijn veranderd qua structuur, vorm, sociale opbouw. De boerenstand wordt beschreven. Het is niet alleen maar ellende die de stad heeft veroorzaakt, maar Mak kiest duidelijk voor de underdog, de boeren.
Zijn beschrijvingen van het dorp en zijn inwoners zijn prachtig. Je kunt ervan meenemen dat we de waardevolle dingen van het dorpsleven niet moeten vergeten. Nabuurschap, zorg voor continuïteit. Maar wie wil er nog in de novemberkou om 4 uur 's nachts koeien melken?
W.F. Hermans, Het Behouden Huis. Een waanzinnige exercitie die de lading van zijn titel niet dekt. Een soldaat die bij de Russen dient - zelf is hij geen Rus, maar Nederlander die tegen wil en dank daar terecht is gekomen - krijgt even respijt in de oorlog als hij wordt aangezien voor de eigenaar van het enige huis in de omgeving dat nog rechtop staat. Het wordt gevorderd door de Duitsers, die op dat moment aan de winnende hand zijn. Het gaat een tijd goed, dan komen de Russen weer. Het verhaal verandert in een nachtmerrie, de echte eigenaar en zijn oude vader worden gruwelijk vermoord, de Nederlander - die bij de komst van de Russen zijn oude plunje weer aandoet - doet er een schepje bovenop door het huis alsnog op te blazen. Je houdt er geen goed gevoel aan over. De beschrijvingen, zeker in het begin, zijn wondermooi, Hermans had absoluut groot kunnen zijn. Als hij maar niet zo'n wanhopige dwarskop was geweest.
Pramoedya Ananta Toer, Arok. Een historische schelmenroman. Speelt in het Indonesië van 1200, waar een nazaat van koning Erlangga diens verlichte denkbeelden heeft vernietigd. Arok, een vondeling met een bijzondere uitstraling, weet de bevolking te inspireren en zorgt voor een revolutie. Hij verbiedt opnieuw de slavernij en tegelijk laat hij zien dat het kastenstelsel niet alles bepaalt. Dit tot verdriet van Dedes, de onwillige brahmaanse vrouw van de verslagen machthebber - een krijger, satria uiteraard. Zij moet als nu delen met een sudra, een boer. En ook nog met zijn boerenvrouw.
Jan Brokken, Baltische zielen. Persoonlijke geschiedenissen van Balten en hun familieachtergrond, vooral in het licht van de laatste wereldoorlog en de jodenvervolgingen.
Joseph Roth, Het spinnenweb. Een vervreemdende roman over een narcistische, intentieloze man in Duitsland, die de kant van het fascisme opgaat. De auteur beschrijft in 1923 al hoe de situatie in de oorlogsjaren zal gaan worden. Of hij een kijkertje voor had bij het schrijven. Hij was toen nog maar 28 jaar. Gewoon eng. Fascinerend kan ik het niet vinden, vervreemdend is het woord.
Ian MacEwan, Solar. Een hilarisch verhaal over een ooit briljante geleerde die zijn hele leven tot één grote puinhoop maakt, behalve op het gebied van zijn werk, maar ook daar schiet hij vreselijke bokken. Zijn probleem is dat hij zich aan niemand kan hechten. Hij loopt de ene vrouw na de andere af, heeft tussendoor talloze verhoudingen, en weet ook nog voor elkaar te krijgen dat de ene minnaar van zijn laatste vrouw veroordeeld wordt voor de dood van haar andere minnaar - als moordenaar, terwijl het een ongeluk was waar Beard bij was. Na zijn intermezzo op de Noordpool, met o.a. een vastgevroren pik. Met de intellectuele erfenis van die laatste minnaar gaat Beard aan de haal en maakt er een werkend succes van. Op het eind stormen twee rivales en zijn toch nog gekregen dochtertje naar binnen, terwijl de rechtszaken hem om de oren vliegen en zijn werkend prototype is vernield. Het staat er niet bij, maar het lijkt mij dat hij dan wel de attacque moet krijgen die er al lang aan zit te komen door overmatig zuipen en vreten.
Intussen krijgt de lezer een aardig beeld van de stand van zaken van zonne-energie.
Ilene Montijn, Hoog geboren Over de adel in Nederland, informatief boek. Overzicht van allerlei aspecten van het adellijk leven vroeger en nu. Toch kan het boek me niet boeien. Wel weer een bevestiging dat mijn ouders er een semi-adellijke patricische levensstijl op na hielden, ongetwijfeld op grond van de rijkdom van mijn grootvader en de ambities van mijn grootmoeder, beiden van vaderskant. We spraken het adellijk-patricisch jargon thuis, maar dat merk je pas later.
Alexander Waugh, De Wittgensteins over de familie Wittgenstein dus, de kinderen van Karl enLeopoldine. Zeer gecompliceerde en moeilijke mensen, afstammelingen van een recalcitrante en koppige zelfstarter, kunstzinnig, creatief en neurotisch. Stinkend rijk. Drie van de vijf zonen pleegden zelfmoord. De andere twee moesten per se in WO 1 meevechten, uit plichtsbesef. Paul verloor er zijn arm, Ludwig zocht de gevaren op en toonde grote moet. Een begrip in Wenen omlaag geduikeld met het predikaat "Volljuden', terwijl ze al generaties lang katholiek waren. Ellendige jaren. Paul W een gedreven pianist, Ludwig een gedreven filosoof, allemaal met onmogelijke verlangens. De vrouwen van het gezin frigide of gefrustreerd, en/of zeer belust op invloed - muzikaal of politiek. Zeer interessant om over deze mensen te lezen, in hun tijd geplaatst. Wonderlijk: van de aartsvader Karl is er na vier generaties niet één afstammeling in de mannelijk lijn meer over.
Isaac Asimov, Het Einde van de Eeuwigheid. Science Fiction uit 1955, herlezen op aanraden van Eef. In één ochtend uitgelezen, vlot geschreven. Het gaat om de idee dat de mens niet moet proberen om in zichzelf in te grijpen via (in dit geval tijds-) manipulaties. Dat verhindert de natuurlijke evolutie. Dan komen we uiteindelijk niet bij de sterren. Asimov heeft natuurlijk gelijk, al denk ik dat in 1955 nog niet zo duidelijk was dat onze werkelijkheid ook aan hebzucht en overdaad ten onder kan gaan, en dan definitief althans voor de mensheid. Hoewel, wie weet? Misschien overleven we crisis na crisis en worden we echt wijzer. Een heerlijke optimist en liberaal.
Erdal Balci, Vandaag geen pont. Verhalen uit/van/geïnspireerd op reizen met de pont te Istanbul. Mij te 'bloemrijk' Nederlands. Je kunt er geen touw aan vastknopen. Waar gaat dit over? Oosterse geheimtaal.
Quentin Bates, Bevroren tegoeden. Over corruptie en moord op IJsland voorafgaand aan de bankencrisis. Hier en daar wel interessant, verder vooral amusant, leuke karakters wel. De vrouwelijke politie agent is mooi weergegeven.
Luc Panhuysen, Het rampjaar 1672. Schitterend overzicht over de jaren (Panhuysen gaat tot 1676) waarin de Nederlanden het tegen zoveel tegenstanders tegelijk moesten opnemen. Beschreven vanuit het geslacht van Amerongen, heer van Reede en zijn vrouw en zoon. Deze verbleven in die tijd op verschillende plaatsen: vader in Berlijn en andere plaatsen in Duitsland, als diplomaat, moeder op het kasteel Amerongen en later in Den Haag en Amsterdam, als kasteelvrouwe en als vluchteling, en zoon in het leger, als officier. Zij schreven uitgebreid, en dat is het basismateriaal van Panhuysen, naast allerlei andere officiële bronnen. Het geheel werpt een iets ander licht op de moord op de De Witts, die als regent lijken te hebben geslabakt in hun beslissingen over de verdediging tegen Frankrijk. De regenten deden niets dan vergaderen terwijl de ene stad na de andere viel. Wel brachten ze in de bezette gebieden hun eigen bezittingen in veiligheid. Het volk werd er opstandig van. Dat gaf aan Willem III de opening om de macht op te eisen. Hij deed het behoorlijk goed, tot het eind van de oorlog in 1676. Frankrijk heeft zich in deze oorlog schandelijk misdragen t.o.v. de bevolking.
No comments:
Post a Comment