Monday, March 28, 2011

Texel en Overkant

Op Texel werd dit weekeinde keihard gewerkt aan het herstel van de tuunwallen en het insectenreservaat `De Zandkuil´. Dat is heel goed van die Texelaars, zult u denken. Mis! het zijn de Overkanters die dit werk doen, en dat nu al 10 jaar lang. Dat wordt gewaardeerd, door Staatsbosbeheer in elk geval die onze groep tracteerde op een lekker gebakje met een 10 erop, met een griffel. Natuurlijk wel aan het eind van de inspanningen.

Het begon allemaal bij de Stayokay op Den Burg. Die vrijdagavond waren er al een aantal mensen gekomen en toen de klaverjassers bekomen waren van hun partijen de volgende ochtend, liepen we door het prachtige landschap naar onze werkplek, een tuunwal aan de Zuid Haffel. Het was een fikse jongen, 110 meter lang, maar deze keer hoefde hij niet van de grond af te worden opgebouwd. Het betrof hier een restauratie.


Daarom staken we de bovenste, droog en poreus geworden lagen af tot 50 cm boven de grond en vervolgens kwam het wondermiddel aan de beurt: de enige
tuunwallenplaggenafsteekmachien
die de hele wereld rijk is, een werktuig van zeker 100 jaar oud maar om den drommel niet afgeschreven. De 2-takt trekker werd er voor gehaakt, twee stoere kerels hingen aan de handels voor de snijvlakken en 1 stoere dame zat op het zadel en daar ging het loos!

De flappen werden vlijmscherp en kaarsrecht van de grond gelicht - nou ja, bijna kaarsrecht - en konden door de prikkers worden aangeprikt. De leggers hadden de taak om de plaggen te stapelen volgens de regelen der tuunwallenkunst: met de dikke kant naar buiten. De plaggen moeten namelijk verlopen, want dan valt de tuunwal naar binnen en krijgt hij samenhang.

Het is nog een heel karwei om ze allemaal in de juiste volgorde te leggen. Een ervaren tuunwalster wist het wel: ´Eigen plag eerst!` en zo hadden we uiteindelijk geen coordinator meer nodig.

Als je nog onderaan de wal bijlegt, zit er natuurlijk een gootje tussen. En ja, voordat de volgende laag erop komt, moet dat gootje dicht. Je wilt niet weten wat dat voor een inzet vereist. Je moet diep uitscheppen uit de kale aarde waar de plaggen van zijn afgestoken, en dan goed mikken om de aarde precies in de gleuf te laten landen. Maar dan kun je ook met een gerust hart de volgende laag opleggen.

Uiteindelijk komen de dekplaggen aan de beurt. Die zijn langer en smaller en komen niet in de lengte, maar in de breedte van de tuunwal te liggen. Sommige tuunwallers gaan in hun ijver zover dat ze de plaggen op handen naar hun definitieve plekkie dragen. Deze keer begroeven we geen koker met onze namen in de tuunwal - dat gebeurt alleen als hij van de grond af aan is opgebouwd.

Het heeft wat koffie en (saucijzen)broodjes gevergd maar hij staat weer voor een jaar of wat!

Het werk aan de Zandkuil komt in het blog van volgende week.

No comments: