Een niet eens erg waterig zonnetje verdreef de nevels al snel. Het was best lekker warm ook, ik kon lopen zonder handschoenen dus naar schatting zeker 15 graden. Eerst door Baarn, waar ik op de markt 2 kilo Frieslander aardappels scoorde. Toen al zoekend naar de snelweg, waar vlakbij het restaurant de Eemhoeve een onderdoortje is naar de overkant. Toen ik aan de overkant afzakte, en onder weer een tunneltje door wilde gaan, werd mijn oog ineens getroffen door een onverwachte aanblik.
Bramen!
Grote, glanzende, blauwzwarte bramen. In trossen aan de braamstruik die aan de zonkant blijkbaar vergeten was door de voorbijgangers. Of misschien komen er bij hoeve Grimmenstein geen voorbijgangers. Ik wist niet wat ik zag. Wij schrijven tenslotte wel 8 november 2011, niet de meest voor de hand liggende tijd voor bramen. Ik geloofde het eigenlijk niet en ging eerst maar proeven. Welnu, zoiets heb ik nog nooit geproefd.
Wat een verrukkelijke bramen. Deze hebben natuurlijk ook een hele zachte september en oktober over zich heen gehad, en ook vandaag scheen de zon er vol op. Maar rijper zouden ze niet worden. Alleen al omdat ik daar een stokje voor heb gestoken. Ik legde mijn rugzak neer, pakte het altijd aanwezige 'receptaculum bramii' zoals dat bij ons latinisten heet, en heb een heerlijk halfuurtje geplukt als in het paradijs.
Wat zal mijn geliefde opkijken!
Na Grimmenstein wandelde ik voort door het weideland met zijn open uitzicht tot ik bij een stoomgemaal kwam. Daar was een mini klompenpaadje de dijk op, en zowaar er stond een lunchbankje. Dus daar neergestreken en mijn notenboterham van Eefs eigen hand gegeten. Intussen kon ik fantastisch uitkijken over een plas, echt een om op te schaatsen in de winter, omzoomd door knotwilgen. Overal vlogen vogels, ganzen in groepen, kleinere vogels die in de wilgen hipten, vogels op het water. Een heerlijk geluid.
Ik moest er nodig een plas doen, maar er stonden twee heren bij het stoomgemaal te keuvelen. Dus al etend wachtte ik tot ze naar de twee geparkeerde auto's bij het gemaal liepen. En ja hoor, ieder reed een andere kant op, ik kon tussen de wilgen gaan staan en liet me even gaan.
Hier een kleine aansporing: Dames laat uw papiertjes niet liggen, daar is plaats genoeg voor in uw broekje. Het is toch niet nodig om in dergelijke mooie natuurgebieden rommel achter te laten. Het werkt echt zo, probeer het maar.
Het zonnetje bleef maar meedoen. Mijn pet en jas waren al opgeborgen vanwege de warmte. Ineens zie ik op een gazon van een boerderij aan de kant van de weg een kanjer van een beest staan. Een varken, maar wat voor varken! Zo groot als een kalf, drie keer zo dik, en met een gezicht als van een oude heer.
Dat moest ik zien. Zo kwam ik in gesprek met de vrouw des huizes, die daarvoor even ophield met ramen lappen. Het waren er twee, die varkens, zeker een jaar of drie oud, de een roze en zwart gevlekt, de ander van een prachtige egale wildkleur met blonde accenten. Een xanthippe dus, maar dan een varken. Een xanthichiro.
Het bleken kune-kune varkens te zijn. De blonde was zwaar behaard, als een rossige abessijnse kat. Hij had zware onderkinnen en een fors gezicht dat door de blonde accenten wel een snor leek te hebben.
De mevrouw hield de dieren als huisdier, ze mochten buiten en ook binnen, en aten wat ze op de boerderij vonden en wat ze verder kregen. Ze zagen er prachtig en zelfverzekerd uit en ik heb mijn bewondering niet onder stoelen of banken gestoken.
Verder ging het weer. De weg was prachtig, langs veel boerderijen en open land met oude bomen, tot in Amersfoort Schothorst dat een oud kasteel blijkt te zijn. Een heerlijke dag.


No comments:
Post a Comment