In zijn blog over het mooie stripboek "Een epische zoektocht naar de waarheid" beschrijft Ferry hoe hij zich verwondert, als nuchtere natuurwetenschapper, over de drijfveer van grote geesten zoals Russell en Wittgenstein naar zoiets als de waarheid. Dat stripboek is werkelijk kostelijk. Het geeft inzicht in het leven en de karaktereigenschappen van de grote wiskundige en logicus, en zijn hang naar de waarheid. Het lijkt wel een predestinatieverhaal - lees hierover binnenkort wanneer ik zal schrijven over Gottschalk de monnik uit het jaar 800.
Ook ik was in mijn jonge jaren bijzonder geïnteresseerd in wat er nu eigenlijk waar is, wat we kunnen kennen en waarom we maar een deel van de werkelijkheid ervaren. Alles wat los en vast zat las ik erover. Je komt dan op grote vragen als zingeving van het bestaan. De vraag of wij toeval zijn, of schepping van Iets of Iemand van hoger niveau. In die jaren kwam ik tot de conclusie dat wij in ieder geval Eén zijn. En dan bedoel ik, met allen en alles. Eén met gras, muizen en de dolomieten. Ik, jij, bent direct verwant aan die magistrale rotsen waar we in de zomer over lopen. En ook dat de 'kracht' die mij, jou, heeft gemaakt tot wie we zijn, bij het sterven vrijkomt en zal opgaan in dat reservoir dat materie vorm geeft - en dus geest vorm geeft.
Dat is wat nog een tijdlang in het luchtledige bleef zweven, die geest. Daar hoort zij ook, zul je zeggen. Ja, wie weet? In elk geval, een onaf eindje leek het, tot ik in aanraking kwam met de theorie van de complexiteit middels het boek van Mitchell Waldrop, Op de Rand van Chaos. Dat was in 1980. Die wetenschapsjournalist wist feilloos te verslaan hoe het stond met de nieuwe stroming in de wiskunde die later de meer positieve naam van Complexiteitstheorie kreeg. Toen was ik niet meer te houden. Ik las over vreemde attractoren, Hilberts ruimtes, steady state en ga zo maar door. Het hielp wel dat ik toen was gehuwd met iemand die er verstand van had. Alleen was zijn insteek wiskunde en mechanica, de mijne was meer filosofie. Ik pakte er Ilya Prigogine bij. Vervolgens viel het sluitstuk op zijn plek.
Emergentie daar gaat het om.
Wij zijn dus geen toeval. Materie ontstaat. Materie verbindt zich. Materie wordt complex, krijgt vormen, breidt zich uit met andere vormen van materie. Er ontstaat leven. Er ontstaat complex leven. Er ontstaat bewustzijn. Het kan niet anders. Het is net als de lawine hierboven. Die is opgewekt, door knappe rekenaars. Daar komt ie aan. Waar eerst alleen maar wat schuift, ontstaat stromen van sneeuw, en dan stijgen ze op, dikke staande wolken van sneeuw. Wat achter ligt is weg, dood. Wat er voor ligt is overweldigend, levend, onvoorspelbaar in zijn uiterste consequentie.
Wij leven omdat we leven. Voor ons kwam energie. Na ons komen complexere vormen. Tot de energie op is, en de storm van het heelal gaat liggen. En er, mogelijk, een nieuwe cyclus begint.
Om met het stripboek te eindigen: op blz 228 roept Wittgenstein woedend tegen Russell:
"Vertel me nou niet dat u uitgaat van een onafhankelijk bestaan van een wiskundige werkelijkheid." Russell: "Natuurlijk doe ik dat. Zo niet, dan leven we in een totale chaos."
Ik kies voor Wittgenstein. We leven in een totale chaos. Anders zouden we helemaal niet leven.
No comments:
Post a Comment