Aan opa Boot heb ik geen tastbare herinneringen meer. Des te meer kan ik me nog zijn lieve gezicht voor de geest halen, zijn dikke buik waar ik op mocht springen, zijn driedelig pak met het gouden horloge aan de ketting. Als ik op zijn schoot zat mocht ik daarmee spelen.
Hij rookte van die bolknakken, sigaren met een lucht die ik nog altijd als prettig ervaar. Maar meer dan die herinneringen aan hem bij ons thuis vroeger, en een enkele keer dat we naar hem toe gingen, heb ik niet.
Daarom vond ik het leuk dat mijn oude moeder, nu 92, nog een anekdote over hem vertelde. Dat is niet gebruikelijk, want opa was in ongenade gevallen. Het huwelijk van opa en oma moet heel slecht geweest zijn, zelfs zodanig dat er klappen zijn gevallen. Ja, zelfs zo slecht dat ze zijn gescheiden. En dat was in die tijd, en in die omgeving - zwaar gereformeerd - echt ongehoord. Een drama dus, voor beiden waarschijnlijk want ze pasten gewoon niet of niet meer bij elkaar. Opa was rijk geweest toen hij oma trouwde, hij was aannemer en bouwer en had hele straten in Rotterdam gebouwd en verhuurde die. Maar in de crisisjaren van '20 e.v. de vorige eeuw, voor de krach, moest je een huurhuis met bidden en smeken aan de man zien te brengen, je legde er geld op toe. En tijdens de krach werd al zijn onroerend goed waardeloos. Wie weet is er ook nog wel een bom op gevallen tijdens de oorlog.
Hoe dan ook, ik was dol op mijn opa die altijd een goed humeur leek te hebben maar nooit kreeg ik iets over hem te horen. Tot vorige maand dus. De anekdote is niets bijzonders, maar het ís er tenminste één.
Oma had een stiefvader, want haar vader Van Santen was overleden toen ze nog maar 5 jaar oud was. Haar moeder was hertrouwd met de bedrijfsleider van het bedrijf van haar vader, een wijntonnenmakerij. Om niet het bedrijf samen met het huwelijk in duigen te laten vallen? In elk geval, er werd getrouwd en opa Kalsbeek - zo heette de nieuwe man - was een vriendelijk mens. Oma Kalsbeek-Van Santen-? had inmiddels drie kinderen: Ger, Dé, en nog één. Dé vree met Jan Daniël, mijn opa. Ze moeten al lang getrouwd zijn geweest toen ze eens bij opa en oma Kalsbeek langs gingen. Opa Kalsbeek had een keelkwaal en kon nauwelijks meer spreken. Hij kon zich nog wel uitstekend duidelijk maken, met gebaren.
Die keer zat hij op de stoel in de woonkamer en zette zijn woordeloze betoog kracht bij door te zwaaien met zijn stok, op en neer. Ja, hij ging zó in zijn betoog op dat de stok naar het plafond zwiepte. Rèng, daar ging de lamp aan gruzelementen. Iedereen schrok zich een ongeluk! maar niet vanwege de lamp, maar omdat Jan Daniël riep van 'Oeioei!' Jan Daniël had namelijk een loeiharde stem.
No comments:
Post a Comment