Monday, July 11, 2011

Montfoort, Benschop en Polsbroek

Een heerlijke wandeldag was het op 5 juli jl. Stralend weer, warm, weinig wind, droog.
Kortom om acht uur zat ik aan het ontbijt en met de bus op pad gegaan naar halte Kasteelplein te Montfoort.
Ik had een boekje geleend met de "groenste wandelingen van de randstad" en wat deze betreft, dat klopte.


Ik kwam terecht op een pad van de Stichtse Groenlanden. Onverwacht mooi! Vanuit Montfoort naar het zuiden gelopen, richting van Blokland vandaan. Over een eindeloos lange, brede graskade kom je uit bij een nat natuurgebied dat zich kan meten met Tienhoven. Plassen en moerassen, overal watervogels, bijzondere planten en een kudde halfgehoornde koeien tussen de kruiden. Midden in de wandeling is een plek met een uitkijktoren. Daarvandaan is wel een heel bijzonder uitzicht.



Onderweg heb ik nog een praatje aangeknoopt met een enthousiast echtpaar, dat dit gebied als hun eigen achtertuin beschouwde. Eigenlijk wilden ze dat wel zo houden, dus of ik nou echt een bloggie moest schrijven...? Maar ik kon ze wel overtuigen van de noodzaak om dit moois te delen. Ze raadden me ook Boerderij Roosenboom in Benschop aan. Dat moet ik zeker proberen want Roosenboom, zo heette mijn grootmoeder. Op weg naar Benschop schoot een patrijs in lichte paniek langs me heen. Het is de eerste keer in Nederland dat ik een patrijs heb gezien. Verder veel vlinders, libellen en een dooie aalscholver. Zijn kaalgeblakerde kop gaat bij mij in het rijtje vogelkoppen.

Twee dagen later liep ik hetzelfde stuk met mijn geliefde, maar deze keer gingen we bij de uitkijktoren de andere kant op.

Eveneens een wondermooi stuk dat ons leidde naar een parkeerplaats waar de geelrode weg verder liep. Maar ook was er een ongemarkeerd stuk, alleen te zien op de wandelkaart die daar was opgesteld, richting Polsbroek. Dat deden we en we vielen van de ene verbazing in de andere. Langs de meest oorspronkelijke hollandse slootjes belandden we op een eindeloos lange graskade geheten Benschopse Molenpad, waar zo te zien sinds de Tachtigjarige Oorlog geen wandelaars meer langs waren geweest. Er zaten daar zeer schuwe echt wilde eenden, dodaars, waterhoentjes, en enkele bruine kiekendieven. Die hadden ook wel eens trek in konijn, want de resten lagen op het pad. Vlinders in soorten en maten fladderden om ons heen, alle mogelijke insecten zoemden om hoofd, broek en handen. De kletsnatte broeken die we van  een stortbui hadden gehaald, droogden weer op in de zon. We kwamen bij een brug tussen weiland en weiland, en konden even uitblazen op een bankje. Daar ging het pad over in het Molenvlietpad, onderdeel van het Groene Hart zo te zien. Dat kwam uit in Polsbroek, waar de buurtbus zo vriendelijk was om 3 minuten te laat te arriveren, dwz precies 1 minuut nadat wij op de halte waren aangekomen. Moe, voldaan en gewoon gelukkig van zoveel moois in ons prachtige land.

1 comment:

11Science said...

We hebben inderdaad een schitterend land, ontsloten voor wandelaars.