Monday, August 01, 2011

Leven en dood op Oostbroek

Altijd weer is het een mooie besteding van de dag om van huis naar Oostbroek te wandelen. Door het natte weer van de laatste tijd is het moerassig karakter van het landgoed weer een beetje terug en staat er zowaar water onder het palenpad op weg naar het landschapsmonument.

Dat is de weidse naam van een grote plas die ooit een kronkel van de Kromme Rijn is geweest, maar die nu is afgesneden en als verstilde voedster van kleine levens in het groen ligt. Eerst zie je de rode Lakenvelders, twee jonge koeien en een piepjong stiertje dat zich net begint af te vragen waarvoor dat ding onder zijn buik nog meer dient?? Maar moeder is niet in hem geïnteresseerd en schudt hem van haar rug. De zus is nog zo jong, die snapt er ook nog niets van. Grazen dan maar weer.

Opgelucht zwemt de zwaan weer naar de kant, zonder angst om onder de hoeven vertrapt te worden. Zijn vrouwtje is aan het snabbelen aan de oever, tussen het riet, waar de knakkende kreet van de karekiet klinkt. Het palenpad leidt over de kop van de plas zodat je daar over het verre watervlak kunt staan kijken. Dat doe ik dan ook. Het is een festival van het kleine leven: meerkoetjes, libellen, eenden, vissen, zweefvliegen, het is een gezoem en gesnater van jewelste. Boven de plas, achter de verre bomen, is de lucht blauw en warempel, er komt een waterig zonnetje door. Het is hoogzomer, en dan is het ook direct warm.

Verder ga ik weer, over het pad, waarnaast de omgevallen bomen liggen te rotten en kevers en andere insecten herbergen. Ideaal natuurlijk voor insecteneters. Mijn oog valt op een luierende gast aan die tafel. Er ligt op een boomstam vlak naast het pad, precies in het zonnetje, een kronkelige kluwen van wel twee zwarte meters lang. Een slang zo dik als paling. Wat een mooie! hij is helemaal zwart, met een patroon van gaas op zijn kop. Het moet wel haast een ringslang zijn, maar nergens ontdek ik de karakteristieke oranje band om zijn hals. Zou dat een republikeinse ringslang zijn?

Voor de verandering loop ik ook naar het achterland en daar ontdek ik mooie oude hoogstam perenbomen. Kleine peertjes, donkerrood, waarschijnlijk stoofperen, maar o wat een mooi gezicht zo'n oude boomgaard. Hij wordt nog altijd onderhouden door het Landschap Erfgoed Utrecht. Terug door een viertal klaphekjes, natte voeten van het gras, en de weg gaat terug door het lawaaiige bos zo dicht langs de snelweg. Een vervallen brugje dat nergens meer heen gaat, getuigt nog van hoe diep het bos vroeger was.

Langs dezelfde weg kom ik weer bij mijn startpunt op Oostbroek: het Winkeltje. Daar eindigt de reis voor een aantal bewoners van natuurgebieden elders, namelijk de grote grazers. Sommige daarvan worden na hun dood in pakjes van 2 tot 6 ons per stuk verkocht. Heerlijk, natuurlijk vlees, dus ik neem een paar pakketjes mee. Dan nog door de Visserssteeg waar ook weer allerlei lekkers hangt te wachten. Er zijn al flink wat bramen rijp. Straks maar snel jam maken.

No comments: