Tijdens de rit bedacht ik me dat het prettiger was om naar het zuiden te lopen, ook al staat de zon nog laag. Het is zo fijn, die zon op je snuit. Dus stapte ik uit in Veenendaal centrum en liep zuidwaarts, richting Rhenen.
Na een oninteressant stukje industrieterrein kwam ik langs een natuurgebied met de vreemde naam "De Hel".
Wat ik me daarbij voorstel, is dat de Veenendalers indertijd ook echt tussen en op het veen hebben geleefd. Als je dan je brood moet verdienen in een zompig, moerassig gebied met zure grond, dan valt er weinig te eten. Geen schaap dat het daar uithoudt, geen graan dat er wil groeien. Een heel erg natte hel. Nu vind ik hem prachtig, maar ik had dan ook heerlijk zelfgebakken brood bij me.
Iets verderop liep je echt langs oude veengrond tot ik bij het water de Grift kwam, of het Valleikanaal. In de zomer kun je het water nauwelijks zien door de hoge rietkragen, maar nu waren de wilgen geknot en het riet gemaaid en zag je voortreffelijk hoe het water het land doorsnijdt. Rechts een afwateringsslootje.
De tocht liep over de grens van de provincies Utrecht en Gelderland tot aan het oude Rhenen. Daar is in een museumpje te zien hoe de oude Romeinen daar woonden,
boven de nog oudere graven uit de Merovingische tijd.
Al met al een heerlijke dag.
.
1 comment:
Wat een interessant museum!
Post a Comment