
Dat beeld wordt beschreven in het tweede boek van Christiaan Weijts dat ik heb gelezen, nl. Via Capello 23.
In deze schrijver herken ik een talent zoals we dat maar zeer zelden tegenkomen. Hij heeft overduidelijk een heel sexuele inslag in zijn boeken, maar steeds overstijgt hij het ranzige ver en weet hij eeuwige waarden en belangwekkende observaties neer te schrijven. Weijts is overduidelijk zeer erudiet en weet op dit nieuwe terrein van de kunsten weer evenveel kennis te laten zien als in zijn vorige boek over de klassieke cultuur.
Zijn directe, soms rauwe vertelstijl in modern Nederlands wordt als het ware tussen neus en lippen aangevuld met prachtige beschrijvingen als 'twee jongens met halflang haar in de nek (die allemaal een) monosyllabisch cognomen dragen.'
Venus van Urbino, van Titiaan.
Het thema van het verhaal is in de grond van de zaak hetzelfde als van zijn eerste boek Art. 285b.
Een (in het eerste boek, bijna) dertiger is op zoek naar echte liefde. Hij vindt een meisje van net twintig, dat mogelijk door haar jeugdervaringen enigszins is losgeslagen, nog op zoek naar haar echte identiteit. Hij gaat mee in haar sexuele zoektocht en het eindigt in een droeve tragedie. Maar dat is niet alles wat dit boek te bieden heeft.
Het is net als het eerste boek geschreven met een zeer erudiete ondergrond, terwijl het verhaal geschilderd wordt in modern idioom, niet al te schunnig deze keer. Plaatsen van handeling zijn afwisselend Leiden en Venetië. Het gaat over moderne problemen. De dertiger Arthur Citroen is docent aan de universiteit en moet zich staande houden in een slangenkuil met reorganisaties. Het meisje loopt een paar parallelcolleges bij hem, maar eigenlijk is ze bezig met filmkunst. Zij vult dat op erotische wijze in. De docent is bezig met een proefschrift over een dergelijk onderwerp: de relatie tussen model en schilder door de eeuwen heen. Daarbij vergelijkt hij een vroege periode met de huidige hardcore internet porno, en een latere periode met de nu opkomende amateur erotische films op internet. Zijn eigen voorkeur ligt bij de intiemere versie, het amateurwerk dus. Van Amare, liefhebben. De twee dames hierboven geeft hij als voorbeeld van de publiek gemaakte intimiteit.
Ook hij heeft lief, maar voor het kan uitgroeien tot Liefde worden hij en zijn meisje ingehaald door de wrede realiteit van internet. Als hun privé filmpjes openbaar worden gemaakt - door een hacker - stort hun beider wereld in.
Al die tijd heeft er een ander verhaal doorheen gespeeld, dat van journalist Daniël Schaaf die een gondelier in Venetië had geïnterviewd op de dag dat hij dodelijk verongelukte bij een vakbondsdemonstratie. In het verlengde daarvan heeft deze journalist de zelfmoord van de dochter van de gondelier beschreven en een boekje gepubliceerd.
De levens van deze twee mannen kruisen elkaar door gemeenschappelijke vriendinnen. Zo komt het dat de journalist de docent interviewt in zijn radioprogramma. Niet met de wens om hem vrij te pleiten van de media-beschuldiging dat de docent zelf de filmpjes op internet heeft gezet, zoals in de samenvattingen staat. Nee, hij wil een pakkend programma maken, toevallig deze keer met een moreel mooi aangeschreven doel, maar alleen omdat hij dat kàn onderbouwen. Het klinkt mooi maar het is het niet. De docent trapt er niet in en loopt weg. Maar de tragische afloop is niet meer tegen te houden.
Het vriendinnetje zal zelfmoord plegen, net als de dochter van de gondelier, en net als zij vanwege het publiek maken van wat intiem had moeten blijven; vanwege de onmogelijkheid te leven als je onderwerp bent van roddel en achterklap. Arthur Citroen op zijn beurt kan met die last niet langer leven.
1 comment:
Ongelooflijk wat die Bernini aan prachtigs uit zo'n dood stuk marmer vrij kon maken. Net als Bach met een potje inkt, een stuk papier en een ganzenveer. Ze konden er wat van in vroeger tijden; toch anders dan de hedendaagse kunstproducten.
Post a Comment