Vandaag was ik op onze eigen souk in Utrecht waar de rijen winkels met dezelfde groentes, hetzelfde vlees en bonen staan tussen een enkele Hollandse kaasboer, een exotische juwelier en reisbureaus. Het is een levendig geheel met lage prijzen, waar ieder lekker grasduint om de laatste overrijpe bananen een plaatsje op het menu van vanavond te geven. Alle kruiden, vruchten, noten die je maar kunt bedenken liggen er te koop. Lamsvlees is daar halal. Dames in zedige hoofddracht lopen langs mannen met jurken, en daartussendoor de studenten.
Er wordt daar ook Paard verkocht.
Het is een van mijn favoriete winkeltjes. Een oude houten gevel met een fraai vormgegeven deur met een ingelegd houten krul en een messing handvat nodigt je uit om in het betegelde kamertje met de geëtaleerde lekkernijen naar binnen te gaan. Vroeger stond daar de baas, maar die is al weer jaren geleden overleden.
Zijn weduwe heeft een tijd getreurd en de deur gesloten. Toen begon het toch weer te kriebelen en samen met haar dochter heeft ze de tent weer geopend. Ze vertelde me dat haar man vroeger met een maat van hem op de markt van Montfoort paarden voor de slacht uitzocht. Dan klopten ze de beesten op de zij, ze voelden aan de buik en ze keken naar de benen. Vervolgens ging het van handjeklap en het paard werd gekocht.
Dat is geen vrouwenwerk, zei de weduwe. Zij haalt haar vlees nu bij een bevriende slachter in België. Begrijpelijk want slachten in Nederland is een hele heisa. Dat gaat in België iets gemakkelijker allemaal.
Ik moet dan denken aan de jaren 'tachtig van de vorige eeuw, toen ik voor de gemeente Leiden werkte en o.a. personeelswerk deed voor het gemeentelijk slachthuis. Wat was ik nog jong, nog geen dertig, en dan kom je daar zo'n mannenwereld binnen. Toen was het dat al helemaal. Dadelijk werd ik uitgeprobeerd. Een rondleiding kreeg ik, langs rekken met volle varkensblazen, koeienkadavers aan haken en tot slot het klapstuk.
In een loods met halfopen deuren stond een oud beest, een vermoeid karrenpaard. Voor mijn ogen werd het arme dier geslacht, halal zou je tegenwoordig zeggen want het werd met één haal van een vlijmscherp mes onthalsd. Het beest zakte als een kogel door zijn gewrichten, het bloed stroomde als een kraan zonder dat het werd opgevangen, en vervolgens viel het dier op zijn zij. Ze hadden me niet gewaarschuwd, dus natuurlijk schrok ik. Toch kon ik me inhouden, want het was duidelijk een ontgroening. Niet aardig.
Achteraf zeg ik, dat het wel uitstekende slagers zijn geweest. Volgens een studie in opdracht van de Partij voor de Dieren is bij de halssnede niet één maar 5 halen over de hals gebruikelijk - bij Hollandse slagers dan. Halal slagers doen er gemiddeld 8 halen over. De PvdD staan daarom bedwelmde slacht voor, zie het wetsvoorstel. En een betere opleiding van de slachters.
Dat neemt niet weg dat paardenvlees heerlijk is. En het paard heeft nog goed kunnen leven ook. Daarom neem ik nog een plakje worst. Paardenworst. Eet smakelijk!
1 comment:
Je mag nog niet klagen dat de slachters niet stiekem een paardenoog in je jaszak hebben gestopt. Dat was een bekend geintje in de Amsterdamse slachterij.
Post a Comment