Vriend Peter had me een vrijkaartje gegeven voor Museum Het Schip. En zoals dat gaat, dat kaartje lag er en bleef liggen, want ach het komt nog wel, ik heb nog zoveel anders te doen, als ik toch eens in Amsterdam ben.... en zo werd het eind maart. Op 31 maart zou het kaartje verlopen. Dat gaat me niet gebeuren, zo dacht ik, Peter heeft het kaartje niet voor niets gegeven. Op naar Amsterdam dus.
Dat was een heel beste beslissing. Wat een verrassing, dat museum. Als architect had Peter natuurlijk iets van zijn gading aanbevolen, maar ook voor mij was dit genieten. Het museum blijkt een heel wooncomplex te omvatten, in de Spaarndammerbuurt, in de vorm van een schip, als je niet al te kritisch kijkt.
Een vriendelijke jongeman, zelf student architectuur, gaf een professionele uitleg bij de rondleiding.
Ten eerste is daar het postkantoor. Hier ziet u de wonderschone spreekcel, waar dus de aangevraagde telefoongesprekken konden worden gevoerd.
Dat het postkantoor er was, mocht al een wonder heten. Het complex is gebouwd door een socialistisch bevlogen groep architecten, met de bedoeling dat daar arbeiders zouden komen te wonen in arbeidersluxe. Daarbij hoorde dat het loon niet langer in de kroeg werd uitbetaald - vanwege de risico's dat moeder de vrouw dan naar het geld kon fluiten. Maar een postkantoor voor arbeiders werd bespottelijk gevonden.
Een telefoongesprek kostte in die tijd een half weeksalaris, ze hadden geen bankrekening en brieven stuurden ze ook niet. Niemand van de gevestigde orde werkte dus mee. Ook de PTT niet.
Dat het postkantoor er was, mocht al een wonder heten. Het complex is gebouwd door een socialistisch bevlogen groep architecten, met de bedoeling dat daar arbeiders zouden komen te wonen in arbeidersluxe. Daarbij hoorde dat het loon niet langer in de kroeg werd uitbetaald - vanwege de risico's dat moeder de vrouw dan naar het geld kon fluiten. Maar een postkantoor voor arbeiders werd bespottelijk gevonden.
Een telefoongesprek kostte in die tijd een half weeksalaris, ze hadden geen bankrekening en brieven stuurden ze ook niet. Niemand van de gevestigde orde werkte dus mee. Ook de PTT niet.
De groep is toen toch met het idee doorgegaan. Daarmee hadden ze wel de vrije hand van ontwerpen, want geen instantie had iets te claimen, nietwaar. Zo konden ze postduif-grijs en -blauw in het kleurenpalet verwerken, symbolische kleuren die de arbeiders zouden begrijpen. Overal werd met symbolen gewerkt, net als in de bankgebouwen van de 'hoge heren', maar dan niet van die hoogdravende symbolen. Kijk maar op de spreekcel: er lopen telefoondraden in het glas-in-lood, met aan het eind de witte porceleinen kappen van de stroomverdelers, en op de draden zitten luistervinkjes...
Er is nog veel meer over het postkantoor te vertellen, maar ga zelf maar kijken.
We mochten ook een woning in. Kijk eens hoe knoerterig gezellig het piepkleine keukentje meteen is, met dat tafeltje, twee stoelen en een theemuts.
De woning is ruim opgezet. Een ouderslaapkamer, kinderslaapkamer, woonkamer, inpandig toilet, (eet-)keuken plus een tuin, het was een ongekende luxe voor arbeiders van die tijd die gewend waren om met 12 kinderen op één kamer te leven. Verder was het allemaal licht, open, het uitzicht was prachtig, er was een gemeenschapsruimte voor vergaderingen, kortom het kon niet op. Wat moet dat een optimistische tijd zijn geweest.
Ook straatmeubilair is door de Amsterdamse School ontworpen. Girobussen, lantaarnpalen, bruggewachtershokjes, elctriciteitshuisjes en zie boven: de krul, om heren met hoge nood te laten plassen.
Een mooi en functioneel meubel, dat je helaas niet meer ziet in de stad. Maar dus nog wel in het museum.
No comments:
Post a Comment