Vanochtend ging de telefoon om 06.15 uur. Goedemorgen, dit is uw wekcentrale! Want ja, ik ging vandaag naar Episkopi en dan moet je hier vroeg op. Er gaan busjes naar toe, de eerste om 7.50 en dan pas weer tegen twaalven. Het is een half uur lopen naar de bushalte ook nog. Maar je wilt wat, en dan doe je eens gek. Zo zat ik in de bus naar Episkopi en kwam daar al om 8.20 aan. Wat ik al had gehoopt, klopte ook. Het piepkleine dorp ligt in een mooie kom en het is niet, zoals Paphos, vergeven van het beton. Integendeel, daar door het dorp loopt de E4.
Na een koffie in het kafinion kon ik op pad. Het was makkelijk te vinden, ik had de noord richting gekozen, het begon bijna in het dorp. Al na een paar stappen daalde de volledige stilte neer, alleen verbroken door natuurgeluiden. Ik hoorde het gekets van heggemussen, het krr-ktt van karekieten en gezoem van vroege insecten. Er ontspon zich een boerenlandschap tussen de heuvels. Overal stonden wilde planten, artisjokken bijvoorbeeld, een soort boon, tarwe, gele en paarse bloemen, rood en blauw guichelheil. De lucht was doortrokken van een hemels parfum, een weldaad voor mijn longen die het in Paphos flink te verduren hadden gekregen. Ik liep ruim een uur tot ik teveel keuze had bij het zoeken naar de route (ofwel ik was hem kwijt). Omkeren was ook niet verkeerd; dan zou ik de eerste bus terug kunnen halen. Toch was ik veel te vroeg, dus ik liep ook de andere kant nog eens op.
Weer geurde daar de lucht verrukkelijk, ik zakte diep in het dal intevreden neer op een oude plastic stoel onder een laurierboom in een kleine sinaasappelboomgaard. Het waren de sinaasappelbloesems die zo heerlijk roken, ik zat verrukt te snuiven. Natuurlijk had ik mijn kijker om en zowaar: precies voor mijn lens verscheen een inheemse Cyprische vogel die ik direct kon thuisbrengen, omdat in het kafinion een foto ervan had gehangen met de naam (die zoek ik nog op; denk, 'charred tit'). Hij was zwart en bruin met een vrij grote snavel en een iets lichtere buik. Na wat te hebben gegeten ging ik weer terug en nam een kop thee bij het enige restaurantje, naast een rots met bonte kraaien. En toen kwam de bus.
Nu had ik nog niet het stuk gelopen dat ik wilde. Daarom ging ik, terug op de centrale, direct in een andere bus die aansloot op het eind van de route, bij AchilĂes. De lucht betrok en het begon met tussenpozen te regenen, maar ik vond de oploop van de afloop uit het dorp Episkopi. De weg begon recht van de autoweg vandaan en was meteen een en al groen, hij liep langs de rivier naar boven. In een grote poel met modderdeel liep een stoet zilverreigers. Maar ook zat er een groep vogels die ik niet herkende, een kluutachtige (of stern) zou ik zeggen, met zo'n boemerang als vleugel, een middellange beetje kromme snavel en een gealarmeerd tuut-tuut-tuut geluid. Beetje grijsblauw op de buik dacht ik. Kikkers hoorde ik kwaken.
En o ja, ik zag een paartje kwartels wegrennen, altijd te herkennen aan hun handtasjes. Hoewel het hier op Cyprus ook frankolijnen kunnen zijn.
Toen de regen doorzette, draaide ik weer om, uiteindelijk had ik het gevonden en gelopen had ik genoeg. Binnen het half uur was er weer een bus die me in de haven van Paphos afzette, wel het aardigste stuk van het dorp. Morgen is het hier Pasen, met processie en zo, maar de opgraving van antiquiteiten zou open zijn, dus dat ga ik dan maar proberen. Het regent morgen pijpenstelen is de verwachting, dus de Rots van de Griek moet nog even wachten.
Na een koffie in het kafinion kon ik op pad. Het was makkelijk te vinden, ik had de noord richting gekozen, het begon bijna in het dorp. Al na een paar stappen daalde de volledige stilte neer, alleen verbroken door natuurgeluiden. Ik hoorde het gekets van heggemussen, het krr-ktt van karekieten en gezoem van vroege insecten. Er ontspon zich een boerenlandschap tussen de heuvels. Overal stonden wilde planten, artisjokken bijvoorbeeld, een soort boon, tarwe, gele en paarse bloemen, rood en blauw guichelheil. De lucht was doortrokken van een hemels parfum, een weldaad voor mijn longen die het in Paphos flink te verduren hadden gekregen. Ik liep ruim een uur tot ik teveel keuze had bij het zoeken naar de route (ofwel ik was hem kwijt). Omkeren was ook niet verkeerd; dan zou ik de eerste bus terug kunnen halen. Toch was ik veel te vroeg, dus ik liep ook de andere kant nog eens op.
Weer geurde daar de lucht verrukkelijk, ik zakte diep in het dal intevreden neer op een oude plastic stoel onder een laurierboom in een kleine sinaasappelboomgaard. Het waren de sinaasappelbloesems die zo heerlijk roken, ik zat verrukt te snuiven. Natuurlijk had ik mijn kijker om en zowaar: precies voor mijn lens verscheen een inheemse Cyprische vogel die ik direct kon thuisbrengen, omdat in het kafinion een foto ervan had gehangen met de naam (die zoek ik nog op; denk, 'charred tit'). Hij was zwart en bruin met een vrij grote snavel en een iets lichtere buik. Na wat te hebben gegeten ging ik weer terug en nam een kop thee bij het enige restaurantje, naast een rots met bonte kraaien. En toen kwam de bus.
Nu had ik nog niet het stuk gelopen dat ik wilde. Daarom ging ik, terug op de centrale, direct in een andere bus die aansloot op het eind van de route, bij AchilĂes. De lucht betrok en het begon met tussenpozen te regenen, maar ik vond de oploop van de afloop uit het dorp Episkopi. De weg begon recht van de autoweg vandaan en was meteen een en al groen, hij liep langs de rivier naar boven. In een grote poel met modderdeel liep een stoet zilverreigers. Maar ook zat er een groep vogels die ik niet herkende, een kluutachtige (of stern) zou ik zeggen, met zo'n boemerang als vleugel, een middellange beetje kromme snavel en een gealarmeerd tuut-tuut-tuut geluid. Beetje grijsblauw op de buik dacht ik. Kikkers hoorde ik kwaken.
En o ja, ik zag een paartje kwartels wegrennen, altijd te herkennen aan hun handtasjes. Hoewel het hier op Cyprus ook frankolijnen kunnen zijn.
Toen de regen doorzette, draaide ik weer om, uiteindelijk had ik het gevonden en gelopen had ik genoeg. Binnen het half uur was er weer een bus die me in de haven van Paphos afzette, wel het aardigste stuk van het dorp. Morgen is het hier Pasen, met processie en zo, maar de opgraving van antiquiteiten zou open zijn, dus dat ga ik dan maar proberen. Het regent morgen pijpenstelen is de verwachting, dus de Rots van de Griek moet nog even wachten.
No comments:
Post a Comment