Ik kwam de hoek om fietsen, mijn straatje in. Het is een beschut straatje. Daarom kunnen er kinderen buiten spelen. Het is vakantie, dus er zijn nu veel kinderen thuis. Knikkertijd is voorbij, dat is altijd in de lente. Twee meisjes waren aan het stoepranden. Dat is echt een zomerspel. Het riep herinneringen op aan vroeger.
In onze vakanties waren wij ook vaak bezig met de bal, mijn zus en ik. De grote bal was voor het stoepranden. We stonden elk aan een andere kant van de straat en gooiden de bal naar de stoep aan de overkant. Als je precies de trottoirband raakt, springt de bal zo grappig omhoog. Een leuk spelletje en het wordt dus nog steeds gedaan.
Was je uitgespeeld met de bal, dan kon je badmintonnen. Heel soms speelde mijn moeder ook mee. Daar is iets meer ruimte voor nodig, maar een grasveldje is voldoende, of anders een stuk van de straat waar weinig auto's komen. Mijn straatje is nog zo'n straatje. In de zomer hoor je dus nog wel eens het matte getik van de shuttles, heen en weer, heen en weer.
Als we vroeger ook genoeg hadden van badminton, speelden mijn zus en ik met de diabolo. Daar heb je niet veel ruimte voor nodig, maar wel heel weinig verkeer, want je telkens omhoog kijken. Je pakt de stokjes met een touwtje, en zorgt dat je de diabolo snelheid in het ronddraaien geeft, en dan geef je hem een zwieper de lucht in. De kunst is, om het daarna weer op te vangen en door te gaan met het draaien. Dat heb ik ze hier nog niet zien doen, misschien is dat echt uit.
Het is een fijn seizoen, de zomer. De kinderen genieten van de zon, de lucht en het buitenspelen. In elk geval in mijn straatje.
No comments:
Post a Comment