Saturday, November 23, 2013

Johan de Witt

Lang geleden zat ik op het Johan de Witt gymnasium, de oudste Latijnse School van Nederland. Ik heb het 750-jarig bestaan nog gevierd, ouder dus dan menige stad hier te lande. Inmiddels is dat uitgelopen naar 760 jaar en er was dus weer een lustrum.

Ik ben daar niet naar toe gegaan. De oude verhalen ken ik zo langzaam aan wel, en de contacten zijn niet van dien aard dat ik na weer eens 5 jaar daarnaar verlang. Maar het is natuurlijk een belangrijke vormende periode in een mensenleven, de middelbare school.

Ik weet nog dat ik in de eerste klas het beginnersboekje Latijn onder ogen kreeg: Flaccus et Terentia. Fascinerend vond ik dat, dat je in een uitgestorven taal over uitgestorven culturen te lezen kreeg. Flaccus droeg een tunica, en Terentia een lange Griekse jurk. Dan liepen ze samen langs tempelhoven en gingen iets kleins offeren. Ik kreeg er geen genoeg van en begon met rode oortjes te lezen, moeizaam natuurlijk want ik kende nog geen Latijn. Elk woordje dat niet in de kantlijn stond moest ik opzoeken, maar ik vloog door de pagina's heen en was in een week tijd al bijna halverwege het boek. Dat was niet de bedoeling, er werd les uit gegeven en die zou het hele jaar moeten omspannen. Jammer jammer jammer, ik had er graag extra voor gewerkt.

Later begon ik Latijn vervelend te vinden, lastige stukken van formele inhoud, en eindeloos woordjes leren. Grammatica en vervoegingen, taaie kost. Tot ik in de vijfde klas tot mijn verbazing merkte dat ik het weer leuk begon te vinden. Misschien was daar ook mijn oom Cor debet aan. Die was docent oude talen geworden na een HBS opleiding, en had bij zijn dood de boekenkast vol werkjes aan mijn broer nagelaten, ook gymnasiast, alfa ook nog. Toen broerlief eenmaal op kamers zat in Leiden, zag ik mijn kans schoon om eens in die boekenkast te neuzen. En wat bleek: oom Cor had met een meticuleus handschrift in potlood allerlei woorden in de kantlijn vertaald, of moeilijke passages. Daardoor kon ik de boeken lezen alsof het Frans was, traag maar gestaag. Zo las ik de beschrijving van Plinius de Jongere aan zijn vriend Tacitus, over de uitbarsting van de Vesuvius in het Latijn. Toen voelde ik voor het eerst dat dit levende mensen waren geweest, van een grote beschaving, in welke ik had kunnen leven en me thuis voelen. Een bijzondere ervaring. Daarna was Latijn weer dat fascinerende middel om de deur naar het verleden te openen, maar vooral een deur naar andere denkende mensen.
Hier de brief van Plinius met vertaling. Merk op hoe compact het Latijn is als taal. Dat komt door een bijna wiskundige opbouw van die taal. Je leert er ook uitstekend door om te gaan met verzamelingenleer.

No comments: