Koblenz zelf is een grote stad, maar toch te belopen. Je komt als vanzelf op het Deutsches Eck, waar het fenomeen dat Confluentes zijn naam geeft te zien is: het samenvloeien van de Moezel en de Rijn. Vroeger was die hoek ronder, maar voor het uitzicht op het enorme ruiterstandbeeld van Keizer Wilhelm I is de hoek erbij gebouwd.
| Het Jezuietenplein te Koblenz |
We kuierden nog langs de Rijn, bekeken van alles en stapten ook nog even het museum in. Daar was een expo van een ons onbekende schilder, beetje naïef leek het wel maar dan wel in een klassieke vorm. Het museum was heel groot, er stonden en hingen een paar heel aardige stukken en zo werd het 1900 uur. Tijd voor de opera.
De zaal stamt uit de jaren 1920 zo te zien, met opgeschilderde loges en een klein rond theater. De inleiding ging er vooral over om met een open geest te luisteren dus we waren wat huiverig. Maar bij de eerste accordeon klanken kwam het goed. Het is een modern idioom, met extreme uithalen, maar de muziek was mooi in zich en het spel kwam steeds beter op dreef. In het laatste deel raakte de opera me ook echt. Zelfs Eef had genoten. Hij spotte na afloop de componist in de hal, dus we hebben hem gecomplimenteerd. Het was prima te doen om van het theater naar ons hotel te lopen, dus dat deden we en ja, de keuken van de Indiër was dicht.
No comments:
Post a Comment