Vandaag is het precies 14 jaar geleden dat mijn broer in het verre Paraguay besloot een einde aan zijn leven te maken. Hij had een moeilijk maar wel goed gevuld leven achter de rug. In zijn vroege jeugd vreselijke last van eczeem, TBC gehad als ouder kind, in zijn puberteit een dwarslesie gekregen bij een ongeluk dat niemands schuld was. Hij lag 5 weken in coma en ontwaakte toen met deze handicap.
Hij kwam er wel bovenop, in de zin dat zijn brein onbeschadigd was qua intelligentie. Of hij van karakter veranderd was, kan ik niet beoordelen; maar van een hele lieve broer werd hij een man met kuren. Er zijn mensen die zeggen dat hij dat altijd al in zich had. Ik weet het niet.
Hij worstelde zich door zijn revalidatiejaren en maakte het gymnasium af. Hij ging studeren, werd meester in de rechten. Probeerde te promoveren, maar door het overlijden van een promotor ging dat niet door. Vervolgens ging hij werken voor wat al sinds ik met hem sprak zijn passie was - beleggen. Hij werd adviseur bij ABN. Hij reisde in die hoedanigheid de wereld rond. Indonesië, Egypte, Zuid-Afrika. Als privé persoon rommelde hij wat met containers spullen die hij in het Oosten kocht, en in het Westen weer aan de man bracht. Ook was hij actief met het aflopen van veilingen, vooral in Engeland, en vooral voor meubilair en antieke gobelins.
Hij was niet handig in sociaal opzicht. Een vriendin kwam pas in het vizier toen hij naar Zuid-Amerika ging reizen. Die vriendin bracht twee, later drie kinderen mee. Het ging na een paar jaar uit, maar met de kinderen bleef hij verbonden. Vrij vroeg ging hij met een soort VUT en hij verhuisde naar Paraguay. Daar ging hij samen met de oudste dochter wonen. Hij probeerde daar ook weer wat te handelen, maar begreep de mentaliteit daar niet.
Psychisch en fysiek raakte hij versleten. Hij schreef afscheidsbrieven naar de kinderen die hij als de zijne wilde beschouwen, en naar onze ouders, die van een grote waardigheid getuigen. Vervolgens heeft hij het einde veroorzaakt. Hij werd de dag erop al begraven, en toen kregen mijn ouders het van de consul te horen. Toen ze het mij doorgaven, dus op de 24e van 1999, zijn Ferry en ik naar de Woudkapel gegaan en hebben daar midden in de nacht het lied van Mozart gezongen Abendempfindung an Laura. Daarin vraagt een gestorvene aan de achterblijver om niet te treuren. Hij zal aan haar denken als ze een traan wegpinkt bij zijn graf - de mooiste parel in zijn diadeem.
Huib, 18-2-1946 / 23-12-1999
Hij kwam er wel bovenop, in de zin dat zijn brein onbeschadigd was qua intelligentie. Of hij van karakter veranderd was, kan ik niet beoordelen; maar van een hele lieve broer werd hij een man met kuren. Er zijn mensen die zeggen dat hij dat altijd al in zich had. Ik weet het niet.
Hij worstelde zich door zijn revalidatiejaren en maakte het gymnasium af. Hij ging studeren, werd meester in de rechten. Probeerde te promoveren, maar door het overlijden van een promotor ging dat niet door. Vervolgens ging hij werken voor wat al sinds ik met hem sprak zijn passie was - beleggen. Hij werd adviseur bij ABN. Hij reisde in die hoedanigheid de wereld rond. Indonesië, Egypte, Zuid-Afrika. Als privé persoon rommelde hij wat met containers spullen die hij in het Oosten kocht, en in het Westen weer aan de man bracht. Ook was hij actief met het aflopen van veilingen, vooral in Engeland, en vooral voor meubilair en antieke gobelins.
Hij was niet handig in sociaal opzicht. Een vriendin kwam pas in het vizier toen hij naar Zuid-Amerika ging reizen. Die vriendin bracht twee, later drie kinderen mee. Het ging na een paar jaar uit, maar met de kinderen bleef hij verbonden. Vrij vroeg ging hij met een soort VUT en hij verhuisde naar Paraguay. Daar ging hij samen met de oudste dochter wonen. Hij probeerde daar ook weer wat te handelen, maar begreep de mentaliteit daar niet.
Psychisch en fysiek raakte hij versleten. Hij schreef afscheidsbrieven naar de kinderen die hij als de zijne wilde beschouwen, en naar onze ouders, die van een grote waardigheid getuigen. Vervolgens heeft hij het einde veroorzaakt. Hij werd de dag erop al begraven, en toen kregen mijn ouders het van de consul te horen. Toen ze het mij doorgaven, dus op de 24e van 1999, zijn Ferry en ik naar de Woudkapel gegaan en hebben daar midden in de nacht het lied van Mozart gezongen Abendempfindung an Laura. Daarin vraagt een gestorvene aan de achterblijver om niet te treuren. Hij zal aan haar denken als ze een traan wegpinkt bij zijn graf - de mooiste parel in zijn diadeem.
Huib, 18-2-1946 / 23-12-1999
No comments:
Post a Comment