Gisteren ging ik naar mijn moeder, een bezoekje afleggen. Deze keer ging ik met de bus.
Op de terugweg gebeurde er iets geks. Onze chauffeur had voorgesorteerd voor de afslag naar Centraal. Er kwam een fietser pal op de rijweg op hem afgereden. Gewoon op de driebaans autoweg. Een man met een lichtblauw jasje merk Erik, een bril met een rechte rode bovenrand, een kaal hoofd. Hij leek volkomen kalm. Maar ja, zo kan de bus niet rijden natuurlijk. De man stond stil, midden op de weg, en leek niet van plan te vertrekken. Hij pakte zijn mobiel en begon het nummer van de bus te fotograferen.
De chauffeur liet het even gaan, maar moest toen wel naar buiten om hem aan te spreken. De man leek te vinden dat de chauffeur hem de weg blokkeerde, aangezien het naastgelegen fietspad was afgesloten. Maar dat lijkt me geen uitnodiging om op de autoweg te gaan fietsen, en dan tegen het verkeer in ook nog. De chauffeur bleef kalm en sprak de man er nogmaals op aan. De fietser fotografeerde daarop ook de chauffeur, alsof hij bewijsmateriaal wilde voor een rechtszaak. Het werd wat onaangenaam allemaal en ik liep vast iets naar voren in de bus (die verder vol zat met uitsluitend jonge meiden) om eventueel de chauffeur te kunnen bijstaan.
Gelukkig was het niet nodig. De fietser vertrok, de bus reed door. Bij het uitstappen zei ik de chauffeur dat hij deze moeilijke situatie knap had aangepakt. De arme man werd nu pas echt boos. Daar had hij niets aan, zo'n gratuit complimentje. Nooit, nooit kwamen de passagiers hem eens te hulp. Woorden, daar kocht hij niets voor. Gaat u maar weg mevrouw. Hij had natuurlijk ook niet gezien dat ik al paraat stond.
Wat moet deze chauffeur gefrustreerd zijn geweest om zich zo af te reageren. Het kalm blijven was vast naar binnen geslagen bij hem. Het is jammer dat hij mijn woorden niet kon waarderen, want ik wilde hem juist opbeuren. Zijn collega's zullen hem wel wat hebben opgeknapt, althans dat hoop ik.
No comments:
Post a Comment