Vandaag hebben Eef en ik een heerlijke dag gelopen in het zonnige Twente. Dat begon al om half zes 's ochtends, toen de wekker bij mij thuis ging - zijn wekker zal al wel wat eerder zijn afgegaan.
Want we beginnen onze treinreis niet later dan half zeven in verband met de voorwaarden van het abonnement, en vanwege de rittijd.
Nu waren we al om half negen in Borne, waar we al snel op weg gingen langs de boerenakkers. Het allermooiste is er wel een beetje van af met al die grote machinerie en geen koeien buiten, maar toch, de oude eiken stonden er nog en hier en daar klaterde een watertje.
Toch waren we blij dat we het oostelijk deel van Borne konden verlaten en in het westelijk deel terecht kwamen. Daar is toch wel iets mooiere natuur, meer afwisseling met bos maar ook de boerderijen zijn er rustieker. We hadden eigenlijk een hele lange mars in het hoofd maar om de een of andere reden leek ineens Delden belangrijk om aan te doen. Dat bleek zeker het geval toen we op landgoed Twickel aankwamen.
Mijn lieve tante Mimi zaliger was daar opgegroeid. Zij was de dochter van de voorlaatste terreinbeheerder en diens echtgenote, van de laatste barones van Twickel, Marie Amelie Mechteld Agnes gravin van Aldenburg Bentinck. Deze ouders woonden in het beheerdershuis dat nu in gebruik is als kantoor.
Toen ik het landgoed opliep werd deze oude herinnering bij me opgeroepen: de twee lieve oude mensen zaten op een houten bankje voor het huisje, allebei in zwarte klederdracht. Hij rookte een pijp, zij met haar grijze haren had een mandje appels op schoot. Ik was daar op bezoek zonder Mimi en was zo'n 15 jaar oud. De lieve oudjes waren ongelooflijk gastvrij, zij sleepte thee en koekjes aan en ander lekkers, Twentse specialiteiten. Het was een warme nazomerdag, ze zaten daar zo tevreden te genieten van de voorbije dag. Ik voelde me er welkom en thuis.
Ook nu scheen de zon volop en was het niet koud - hoewel natuurlijk ook niet warm, het is winter nu.
Later op het station spraken we een jongeman die zijn vriendin in Bergen op Zoom ging opzoeken. Hij was overduidelijk trots op zijn stad. We moesten vooral eens in de winter op het landgoed gaan kijken, met sneeuw. Dat zullen we doen.
No comments:
Post a Comment