Vandaag las ik in de Metro een lezerscolumn over pesten. Het is een groot probleem op de basisscholen. Ellen Bothof schreef daarover. Zij denkt dat het pesten een gevolg is van het minder werken aan 'algemene vorming' van de kinderen via muziek, dans, beeldende werken en spel in het algemeen. Misschien heeft ze een punt. Het is natuurlijk treurig als kinderen alleen maar zouden worden klaargestoomd voor CITO toetsen. Maar ik geloof dat je dan degenen die voor de klas staan, te kort doet. Zij doen hun stinkende best om de kinderen wel mee te geven wat er later van ze wordt gevraagd: flexibiliteit, zelfreflectie, vermogen tot samenwerken. Tenminste, daarvan ben ik overtuigd.
Eerder denk ik dat tegenwoordig de weerbaarheid van de kinderen kleiner is dan voorheen. In vroeger jaren was er wel tijd op school voor muziek, handwerken, voorlezen en ga maar door. Toch werd er ook toen gepest. Er werd alleen niet over gepraat.
Veel belangrijker lijkt mij dat kinderen die dit overkomt, bij hun eigen ouders steun kunnen vinden en begrip, dat ze durven het erover te hebben. Als die ouders dan in staat zijn om het gevoel van eigenwaarde van het kind te verhogen, en eventueel strategieën uit te denken voor het kind om van het pesten af te komen, dan lijkt me dat beter werken. Want het zijn altijd de sociale eenlingen en zonderlingen die gepest worden. Zichzelf moeten ze beter leren begrijpen of op zijn minst waarderen. En ze moeten weten dat ze thuis gewaardeerd worden.
Neemt niet weg dat ik een groot voorstander ben van de herinvoering van lessen muziek, beeldende vormen en dans op de basisschool. Dat kan worden bekostigd bijvoorbeeld door een heleboel regels af te schaffen die de leerkrachten en controle-ambtenaren nu verplichten om papierwerk te doen.
No comments:
Post a Comment