Maandagavond heb ik kunnen genieten van de scenische uitvoering van de Gurrelieder van Arnold Schönberg. Aan deze cyclus is hij als 25-jarige begonnen en pas veel later heeft hij die afgemaakt. Ik was erg benieuwd, omdat ik veel goeds had gehoord over deze uitvoering. Verder kan ik niet zeggen dat ik de Gurrelieder al echt in het hoofd had zitten, ook een verrassende ervaring dus.
Het was prachtig. Ten eerste was de muziek overweldigend. Het is een zeer laat romantisch idioom, nog Wagneriaanser dan Wagner. Ook het thema is super romantiek: de mens versus de natuur, zijn hartstochten die hem meeslepen blijken uiteindelijk nietig in het licht van de natuur zelf, de schitterende zon waarmee het stuk eindigt. Maar intussen wordt er vreselijk geleden natuurlijk.
Koning Waldemar houdt van Tove, een boerenmeisje. Dat meisje houdt ook van hem, ze hebben het fijn. Maar de koningin is er niet blij mee. Ze laat Tove vermoorden. Dat krijgt Waldemar te horen van de Woudduif, hier een betoverend mooie jonge vrouw in zwarte lange jurk met zwarte vleugels op de rug. Zij straalt de dood ook uit. Waldemar wordt gek. In zijn waan ziet hij afschuwelijke oorlogstaferelen. De nar die al die tijd in zijn buurt was, troost hem niet. Zo is het leven, helaas.
Pas als Waldemar sterft lijkt er verlossing te zijn - de zon komt op, alles overstralend.
De enscenering gaf een wat griezelige sfeer aan het geheel, heel goed passend. De liederen zelf waren van een intensiteit die je meesleept, ook door het grote orkest dat er speelt, en de fortissimi die de zangers en zangeressen moeten opbrengen. Er werd gespeeld met licht en duister. Het eindkoor was oorverdovend en hun zonnegroet en taichi gebaren eindigden vreemd genoeg in een hitlergroet.
Het was prachtig. Ten eerste was de muziek overweldigend. Het is een zeer laat romantisch idioom, nog Wagneriaanser dan Wagner. Ook het thema is super romantiek: de mens versus de natuur, zijn hartstochten die hem meeslepen blijken uiteindelijk nietig in het licht van de natuur zelf, de schitterende zon waarmee het stuk eindigt. Maar intussen wordt er vreselijk geleden natuurlijk.
Koning Waldemar houdt van Tove, een boerenmeisje. Dat meisje houdt ook van hem, ze hebben het fijn. Maar de koningin is er niet blij mee. Ze laat Tove vermoorden. Dat krijgt Waldemar te horen van de Woudduif, hier een betoverend mooie jonge vrouw in zwarte lange jurk met zwarte vleugels op de rug. Zij straalt de dood ook uit. Waldemar wordt gek. In zijn waan ziet hij afschuwelijke oorlogstaferelen. De nar die al die tijd in zijn buurt was, troost hem niet. Zo is het leven, helaas.
Pas als Waldemar sterft lijkt er verlossing te zijn - de zon komt op, alles overstralend.
De enscenering gaf een wat griezelige sfeer aan het geheel, heel goed passend. De liederen zelf waren van een intensiteit die je meesleept, ook door het grote orkest dat er speelt, en de fortissimi die de zangers en zangeressen moeten opbrengen. Er werd gespeeld met licht en duister. Het eindkoor was oorverdovend en hun zonnegroet en taichi gebaren eindigden vreemd genoeg in een hitlergroet.
No comments:
Post a Comment