Friday, December 26, 2014

Afscheid

In een droom een paar dagen geleden stond ik op een station. Ik zat te wachten voor de hal, op een bankje met Eef. Er kwam een trein aan, een beetje een ouderwetse trein, zo een die wel lijkt op een metro. De trein was stampvol, er kon niemand meer bij. Tot mijn lichte verbazing zag ik daar tussen de opeen geperste mensen het vrolijke gezicht van José Porras López, ooit mijn vriendje in mijn jonge jaren in Spanje. Ik was stapeldol op hem, maar toen hij mij was gevolgd naar Nederland besefte ik dat het nooit een gelijkwaardige relatie kon worden tussen ons. Hij als tiende van tien kinderen uit een eenvoudig gezin had geen opleiding gekregen. Na de derde klas van de lagere school (sic)! was hij ervan af gehaald om te komen werken. Gelukkig had hij een goed verstand, haalde zijn groot rijbewijs en ging op de internationale vracht. Ook werkte hij een tijd als kok in Engeland, hetgeen niet echt te merken was aan zijn kennis van de Engelse taal.

Toen we in Nederland waren had ik katten, maar ze hadden nog geen naam. Noem ze Tsjoetsjie en Pinkata, zo stelde José voor. Waarom die namen? Nou, dat waren toch heel beroemde mensen. Huh???
Ja, ik kende ze toch wel, die ene was een dichter en die andere was met die dikke sigaar. Er begon me iets te dagen. Bedoel je misschien Churchill? Ja, dat zeg ik, aldus José. Ach, met zijn Andalusische tongval ontgingen hem de verschillen. Dus zo hebben we de katten genoemd. Ook het Nederlands kreeg hij niet onder de knie met zijn ongetrainde verstand. Hoe vaak hij niet met de punt van zijn tong uit de mond zat te schrijven: tomatensoep, tomatensoep, toematensop. Groentesop, groentesoop, groentesoep. Dat was voor het werk als kok, dat ik voor hem had kunnen regelen. Koken deed hij graag maar hij kon de woorden maar niet in zijn hoofd krijgen. Wel haalde hij hier zijn groot rijbewijs, waarbij ik op het examen mocht tolken.

Het ging dus niet. Hoe gek ik ook op hem was, ik zette hem de deur uit met tranen in mijn ogen. Hij heeft nog een poosje bij Philips gewerkt, daarna heb ik hem uit het oog verloren. En nu zat hij in mijn droom in een overvolle trein. Ik keek door het achterruitje. Helemaal achterin stond hij, met zijn grote lengte torende hij boven de anderen uit. Hij zag me. Een grote lach verscheen onder zijn snor en hij zwaaide enthousiast. Ik zwaaide terug. De trein reed verder. Hij bleef zwaaien tot ik niets meer zag.
Dag José, ben je overleden en kwam je afscheid nemen? Je was goed voor mij en ik zal met warmte aan je blijven denken.

1 comment:

Geen said...

In 2018 heb ik ontdekt dat Josë nog leeft en het goed heeft in zijn oude dorp Mijas. Eef en ik zijn hem gaan opzoeken en dat was heel gezellig. Hij is dol op paarden en heeft er drie, en een kleine boerderij. Ik was opgelucht dat hij niet in armoede is vervallen.