Hadden wij een paar dagen geleden van Wim gehoord dat de oorspronkelijke bevolking van La Palma niet was uitgeroeid, zo stonden we vandaag oog in oog met een echte Guanche genaamd André. Op een wandelroute naar de kust bij Santa Cruz kwamen we langs een lustoord met stromend water. Een joviale lange man wuifde ons toe: kom naar binnen. Natuurlijk deden we dat en de man ging van wal. Hij vertelde (uiteraard in het Spaans) dat deze tuin hoorde bij het hoger gelegen Parador, van een door Franco ingestelde keten van hotels, waar hij tuinman van was. Dat was hij met groot plezier, gezien de vrolijke lichtjes in zijn helderblauwe ogen. Blauwe ogen? Blond haar? Grote lengte? dit was zonder meer een nazaat van de oude Guanches - Ferry en ik dachten hetzelfde op precies hetzelfde moment.
De vrolijke tuinman Guanche André liep met ons op het bruggetje over de waterpartij, een gesloten circuit vertelde hij trots. Hij liet ons banenen proeven van die tuin, ecologisch verbouwd en gerijpt in 9 maanden in plaats van 5 zoals bij de bulkindustrie. Wij konden dat wel waarderen. Toen kwam hij pas goed los. We moesten mee naar de oranjerie, waar hij koolplantjes aan het opkweken was. Er was een kruidentuin wat hogerop. Langs exotische vruchtbomen liepen we - uiteraard proevend van de vruchten - naar zijn bonenstruiken, die anderhalf jaar achter elkaar zonder pauze bonen opbrengt. Hij vertelde welke kruiden er in de soep gaan, wat er gebeurt met het plantenafval - dat gaat naar de geiten - en hoe hij de grond afdekt of soms bemest. In zijn vrije weekend verbouwt hij papaya, meloen, tomaat, en houdt hij loslopende kippen. Dit was een fantastische ontmoeting die eindigde met een heel hartelijke handdruk en de belofte van onze kant om te komen vertellen hoe de kool volgend jaar bij ons is opgekomen.
Het is een zegen om je talen te spreken, dat staat buiten kijf, maar ook is het heerlijk om te merken dat er zoveel mensen zijn die graag hun enthousiasme delen. Als je ervoor open staat, verrijkt het je enorm. Wij voelden ons vereerd dat we nu met een echte Guanche hadden kunnen praten.
De vrolijke tuinman Guanche André liep met ons op het bruggetje over de waterpartij, een gesloten circuit vertelde hij trots. Hij liet ons banenen proeven van die tuin, ecologisch verbouwd en gerijpt in 9 maanden in plaats van 5 zoals bij de bulkindustrie. Wij konden dat wel waarderen. Toen kwam hij pas goed los. We moesten mee naar de oranjerie, waar hij koolplantjes aan het opkweken was. Er was een kruidentuin wat hogerop. Langs exotische vruchtbomen liepen we - uiteraard proevend van de vruchten - naar zijn bonenstruiken, die anderhalf jaar achter elkaar zonder pauze bonen opbrengt. Hij vertelde welke kruiden er in de soep gaan, wat er gebeurt met het plantenafval - dat gaat naar de geiten - en hoe hij de grond afdekt of soms bemest. In zijn vrije weekend verbouwt hij papaya, meloen, tomaat, en houdt hij loslopende kippen. Dit was een fantastische ontmoeting die eindigde met een heel hartelijke handdruk en de belofte van onze kant om te komen vertellen hoe de kool volgend jaar bij ons is opgekomen.
Het is een zegen om je talen te spreken, dat staat buiten kijf, maar ook is het heerlijk om te merken dat er zoveel mensen zijn die graag hun enthousiasme delen. Als je ervoor open staat, verrijkt het je enorm. Wij voelden ons vereerd dat we nu met een echte Guanche hadden kunnen praten.
1 comment:
Geweldig bloggie Roos
Post a Comment