Wednesday, August 18, 2010

Masterclass

Een bijzondere ervaring in de muziek is het volgen van een Masterclass. Dan bedoel ik vooral de ervaring als toehoorder. Zonder aankondiging kom je een zaaltje binnen waarin vier jonge mensen met elkaar muziek maken, onder leiding van een zeer ervaren oudere collega, meestal iemand van een al behoorlijk beroemd ensemble.

Deze keer was het in het kader van de Zeister muziekdagen. In het mooie voormalige klooster Kontakt der Kontinenten, Soesterberg, zijn verschillende zalen in het oude nonnengedeelte in gebruik. Eén daarvan is het Cenakel, de kapel, de andere zijn kleine vergaderzaaltjes met houten lambrizering en kasten met mild-gestrenge houten betengeling. Het straalt allemaal een soberheid en rust uit, tot in de toiletten toe waar ook alles met hout en ouderwets gekleurde, verschoten tegeltjes is afgewerkt. Een klein wasbekkentje met een hoge kraan om je handen te reinigen, geen grote spiegelende wanden maar alles om de inkeer te onderstrepen.

Er zaten zeker vier ensembles, van strijkkwartet tot kwartet met piano en een trio. Ik ging ze allemaal af en bleef uiteindelijk hangen bij het Atlanta kwartet. Een reus van een man zat rechtop in de eenvoudige houten stoel, breed in de schouders en de heupen, benen als heipalen, een nek als een bootwerker en een kaal, groot hoofd boven het begin van spek in zijn nek. Dat was de master, een Pool van een kwartet dat op uitnodiging een hoofdrol speelt in de Zeister muziekdagen. Onder zijn hoede waren vier jonge mensen uit de Oekraïne gesteld, diep serieuze musici van begin 20, die al langere tijd samen spelen. Zij namen een kwartet van Schumann door.

De master bleek zelf violist te zijn. Van tijd tot tijd gaf hij op zijn eigen viool wat voorbeelden. Maar sprekender waren zijn instructies en gebaren. Forte is echt 'Forte', zo zei hij, kijk maar, piano begint achter in de stoel, maar bij forte kom ik naar voren, rechterop, ik word breder - en hij deed het voor. Ineens zag je voor je ogen wat een crescendo was.
Bij andere passages gaf hij aan hoe de hoofdmelodie, verstopt tussen de versieringen, zijn samenhang krijgt door op zijn stoel bijna dansend te bewegen. De jonge mensen waren vol aandacht, soms spraken ze Engels, soms Pools, soms wat Russisch en de mooie 1e violiste vertaalde als het nodig leek.

Roerend was een passage waarin de Meester aangaf wat de essentie van het kwartet daar was: een dialoog, een gesprek tussen vier individuen, maar wel een samenspraak. Dus een argument, een tegenargument, een heroverweging, een verzoek om verduidelijking, een instemming. Daarin vond hij de cello veel te bescheiden. 'Je bent de bas van het gezelschap', zei hij. De cellist moest dus een basgeluid produceren. Dat deed hij niet, en wat was de moeilijkheid? De cellist was een ranke jongen, een echt tenorentype. Wees een bas, zo zei de reus, en deed het weer voor: borst vooruit, breed maken, grote streken, maar zonder de andere geluiden weg te drukken.

Dat was het mooist om te zien: hoe de ranke musicus leerde dat zijn karakter zou moeten ontwikkelen naar zijn rol, dat hij nieuwe verantwoordelijkheden moest leren nemen die hem ook innerlijk zouden veranderen, hij moest de transformatie zoeken van tenor naar bas.

No comments: