Met rode konen, deel van schaamte en deels van opwinding, denk ik terug aan mijn bezoekje aan Peter Schat in Amsterdam, enige jaren geleden. Als opera liefhebber was ik opmerkzaam gemaakt op Symposium, een samenwerking tussen Gerrit Komrij en Peter Schat. Diens muziek vond ik al langer interessant, en dan wel de neo-romantische muziek, niet zijn eerste atonale en seriële werk. De taalkunstenaar Komrij kon natuurlijk op mijn bewondering rekenen. Dan het onderwerp, Plato, de liefde, de oude Grieken - en natuurlijk homosexualiteit waar Peter Schat mee dweepte - kortom eropaf! Ik kocht mijn kaartje, beleefde de opera en was door de muziek zo volledig van de kaart dat ik bij het naar buiten gaan direct weer een kaartje kocht, voor dezelfde opera, de dag erna.
De tweede dag - de meester zat in de zaal gekleed in, hoe kan het anders, roze en lichtblauw, de kleuren van zijn toonklok en van zijn overtuiging. Weer beleefde ik de opera, en deze keer werd ik volledig overspoeld door de fantastische tekst, waar de muziek zo passend bij was.
Vanaf dat moment was ik niet meer te houden. Ik volgde Schats werk, ik ging naar Aap verslaat de Knekelgeest - ook fantastisch - en ik probeerde met hem in gesprek te komen en heb zelfs gepoogd hem te bellen voor een afspraak. Toen wist ik nog niet dat hij een rabiate homo uit eigen verkiezing wenste te zijn. En vooral grote minachting koesterde voor vrouwen. Ook groot was zijn minachting voor mensen die geen geniale personages in de muziekwereld waren. Vooral was zijn bewondering voor Peter Schat enorm.
Dat werd wel duidelijk uit de documentaire die over hem op TV werd getoond. Het werkte echt op mijn lachspieren, zoals hij zijn eigen borstbeeld op een karretje tussen de beelden van Bach en Mozart in reed, in een groot mausoleum van eigen makelij. Je kon niet zeggen dat je niet wist wat voor vlees je in de kuip had.
Intrigerend bleef hij. In die documentaire legde hij ook zijn toonklok uit, en de verbinding die hij daarbij zag naar stereometrische figuren. Hij had ze al bijna allemaal bij elkaar gespaard! Nog 2 en zijn boekje zou vol zijn! Hij wendde zich direct tot de camera en vroeg de kijkers, om hem a) een octaeder en/of b) een dodecaeder te bezorgen. Mijn besluit stond vast. Eén van de twee zou hij van me krijgen. Ruim anderhalf jaar heb ik gezocht, maar niets gevonden.
Op een mooie dag voelde ik dat ik hem ging bezoeken. Zo lag het gewoon. Dus op naar Amsterdam. Uiteraard zonder te bellen al had ik zijn nummer, en zonder zelfs maar te weten of hij er zou zijn. Ik had alleen nog niet echt een excuus om aan te bellen. Niet getreurd, ik ging even sneupen op het Waterlooplein. Het moest zo zijn: daar vond ik een prachtig klein octaeder.
Natuurlijk ging ik direct naar het pand aan de Oudezijds Voorburgwal. Het verbaasde me niet dat hij ook nog thuis was, niet op reis naar verre muziekoorden. Hij liet me binnen en we raakten aan de praat. Al gauw had hij mij in een hokje geplaatst, een hokje dat hem niet beviel. Toch zag ik kans om bij het afronden van ons gesprek hem het pakje toe te schuiven. Enigszins opgelaten aanvaardde hij het, en maakte het open. 'Een octaeder!' bracht hij uit en op dat moment keek hij mij recht aan, terwijl ik in zijn ogen de sluiers voor zijn ziel zag wegschuiven. Heel even zag ik daar zijn onbeschermde, kwetsbare zelf. Een pracht gezicht. Het was het lange zoeken meer dan waard geweest om dit mee te maken.
1 comment:
Zo, dat is een mooi blog. Op het dweperige af zou ik willen zeggen. Maar zeker mooi!
Post a Comment