Tuesday, September 07, 2010

Drie oude tantes

Opa had een broer en drie zussen. Hoe het gekomen is, wie zal het zeggen, maar ze waren alle drie ongehuwd gebleven. Tante Lina was verpleegkundige en zwaaide de scepter over de polikliniek, tante Cato was onderwijzeres op de Oranje Nassau school voor basis onderwijs, en tante Plony was handenarbeidlerares. Dat was toch niet gering voor dames uit de lichting '80 - '90 van de voor-vorige eeuw! Opoe (de moeder van opa) mocht er trots op zijn.

Ze hadden allemaal hun eigen onderkomen in dezelfde Rotterdamse wijk, vlak bij elkaar, soms zelfs met oplopende nummers. Opa's vader had natuurlijk zo zijn connecties, aangezien hij bouwheer was geweest. Maar vooral vond men het in die tijd van belang om dicht bij de familie te wonen. Je had misschien wel koetsjes maar geen fiets, er werd vast heel veel gelopen.

Ze hadden een oorlog overleefd en toen kwam de volgende. Door de krach van 1929 was het familiekapitaal helaas als sneeuw voor de zon verdwenen, dus de dames zegden hun woningen op en gingen samen op de Stadhoudersweg op een bovenhuis wonen. Ze hielden van antieke spulletjes, vooral tante Lina. Die was vooral trots op een bed dat ze daar had staan.

Nu hadden ze in de oorlog in dat huis ook onderduikers zitten, een man en een vrouw. De anekdote gaat dat die vrouw op zekere dag haar nagels knalrood had gelakt, en dat er toen wat nagellak op dat mooie bed terecht is gekomen. Tante Lina was 'not amused'. Dat je uit pure verveling en onzekerheid jezelf graag verwent, dat begrijp ik wel. Maar waar zou die onderduikster de nagellak vandaan hebben gehad?

Vlak na de oorlog was het maar treurig gesteld met de banen. Er was ook maar weinig te krijgen. Als Cato langs kwam, bracht ze altijd iets aardigs mee: bijvoorbeeld kruidnageltjes, voor de rode kool. Geniaal in z'n eenvoud!
Er was toen een meneer Van den Berg, een leraar, die boventallig zou worden (zo zouden wij het tegenwoordig noemen). Tante Cato heeft toen haar baan voor hem ter beschikking gesteld: hij had een gezin met drie kinderen, zij zat tegen haar pensioen aan. Later heeft die man nog aan nicht Rie kunnen vertellen hoe blij hij daar mee was.

En dan is er nog tante Plony, die naam die je nooit meer hoort. Het is een afkorting van Apollonia, prachtig toch? Tante Plony heeft haar werkzame jaren netjes afgerond en is daarna langzaam aan wat gaan dwalen in haar brein. Op hoge leeftijd had ze er veel plezier in om mensen die bij haar boven waren geweest, bij het afdalen van de trap pootje te haken met haar wandelstok. Dan moest ze lachen: 'Ha ha, hij/zij is gevallen!' Een lichtelijk onaangenaam trekje, zou ik zeggen, dat naar boven kwam. Toen het te gek werd, is ze opgenomen in d'Amandelhof in B. Ze werd 79 jaar.

No comments: