Tuesday, October 05, 2010

PH 1-A-3

Op een zwoele oktoberavond die wel zomer lijkt, met een lucht zonder beweging, komt bij mij weer de herinnering aan het ultralicht vliegen. In mijn jonge jaren heb ik dat met plezier gedaan.
Het natuurlijke daarvan sprak me aan: een stel zeildoeken flappen boven je hoofd van 10 meter breed, twee flappen elk aan een kant van het zeil boven je, een staartstukje met een ander zeildoeken flapje als hoogteroer, alles opgehangen in een aluminiumframe dat met één hand te tillen is, en een grasmaaimotortje achter een tuigje dat in het midden naar beneden hangt. Voor je neus een fietsstuurtje.
In dat tuigje zat ik met als enige instrument een plastic buisje met een gat en binnenin een plastic schijfje, met op het buisje een schaalverdeling. Daaraan kon je de vliegsnelheid aflezen. Er was geen cockpit omheen, je vloog als een vogel in de open lucht.

Toen ik er voor het eerst mee in aanraking kwam, vond ik het wel een hele onderneming. Er was nog niemand in Nederland die een ultralicht vliegtuigje vloog, op de importeur na. Die had er twee. Zweefvliegtuigen hebben alleen cijfers na hun landkenmerk (PH voor Nederland) en motorvliegtuigen alleen letters. Een ultralicht gevalletje viel daartussenin en had daarom een eigen systeem van registratie.
Mijn toestel droeg de trotse benaming van PH 1-A-3.

Er was in die tijd ook geen mogelijkheid om les te nemen. Niets was geregeld, een heerlijke tijd voor een natuurvlieger. Natuurlijk moest ik eerst een basis hebben, dus werd er 5 uur in een Cesna gelest. Maar daarna was het ieder voor zich en God voor ons allen.
We gingen met de importeur naar Zeewolde en daar was het van: doe maar iets.
Gas geven, beetje hoppen, net als bij de Maharadji, weer neerkomen en nog eens proberen. Op zeker moment moet je gewoon gaan en ja hoor, gas erbij, aan het stuurtje getrokken om omhoog te gaan en even later vloog ik op 100 meter, 150 meter, 600 meter.... Die sensatie vergeet ik nooit meer.

De landing is ook gelukt, getuige het feit dat ik dit schrijf, en later heb ik nog enkele seizoenen heerlijk gevlogen. Maar wel in het buitenland, want al heel snel liep de regelgeving me achterop. Daarom bewaar ik mijn mooiste herinnering aan een vlucht in Brioude, Frankrijk. Daar steeg ik op en heb ruim een uur in de laatste zonnestralen gevlogen, boven tarwevelden waar de geuren van in mijn neus kringelden, van koude luchtlagen naar warme luchtlagen en weer terug, een heel scala van luchten blijkt er boven te zijn.
Een adelaar zag me en werd nieuwsgierig. Hij vloog mee aan mijn linkerflap en keek me strak aan.
Dank je, broeder Arend.

No comments: